Wind mee

De leuco’s zitten op  0,6. Mijn conditie verbetert per dag en ik kan al 2,5 km fietsen op de hometrainer. Hoe meer wind mee, hoe verder je vooruit kan kijken. De kermis is nog steeds een doel om zo snel mogelijk naar huis te kunnen.

De evenementen buiten het ziekenhuis zijn tot nu toe elke keer een drijfveer geweest om zo snel mogelijk beter te worden. Vierdaagse, kermis, feesten. Straks ook Kerst en Oud en nieuw. Dat wordt timen! Nacho en Tjerk zijn er, zoals altijd. Elke dag vinden ze weer ruimte om langs te komen. Vaak zijn het hun verhalen die me “op de been” houden. Plannen voor Oud en nieuw worden gesmeed, plannen om naar de kermis te gaan.

’s Nachts op bed, gaan in één keer de lichten aan op de kamer? Ik doe langzaam mijn ogen open. Wat is er aan de hand? Een oude man voor mijn neus. Een oude man voor mijn neus?? Komt God me persoonlijk halen? Dan heeft hij wel een slechte pyjama-smaak.

De man kruipt mijn eenpersoonsbed in.

“Wat bent u aan het doen?”

vraag ik zonder resultaat. De verstrooide man reageert niet. Ik druk op de alarmbel. Alsof er een beer naast me ligt, houd ik me 10 minuten doodstil. Eindelijk een zuster.

“Wat kan ik voor je doen?”

“Als het niet teveel moeite is, zou je dan deze man uit mijn bed willen halen?”

Zonder enige verbazing maakt ze de oude man wakker

 “Kom we gaan naar uw eigen kamer.” “Gebeurt wel vaker, ga maar weer slapen”,

zegt ze in mijn richting.

Verdwaasd val ik in slaap. Met het licht aan!

Advertisements

de tegenwind is aan het afnemen

september 2001

Het liet lang op zich wachten, maar de leuco’s zijn eindelijk gestegen!! Nog niet veel, maar er is een begin! Er blijkt een streptokok (bacterie) in mijn bloed te zitten, volgens de “dok” afkomstig van mijn doorbrekende verstandskiezen. Heb ik die nu al dan?

De koorts begint te zakken, ik heb minder pijntjes, minder hoofdpijn, minder misselijkheid. kortom: De tegenwind is aan het afnemen. Ik denk al stiekem weer aan naar huis gaan. Ik lig al 36 dagen in het ziekenhuis!

Pap en mam blijken ook niet geschikt te zijn als donor. Ik weet dat pap en mam hiervan balen, net als Bouk en Iet. Ze zullen het verschrikkelijk vinden dat ze niet méér kunnen helpen dan ze nu al doen. Wereldwijd wordt nog naar een donor gezocht die “matcht”. Ik ben blij met het bericht. Blij dat anderen zich niet op deze manier voor me hoeven in te zetten.

brandend lichaam

September 2001

Ik word wakker met een brandend lichaam. Bloedprikken, hartslag meten. Temp: 38.1. Huiswerk zit er vandaag dus ook niet in. Ik besluit bij mezelf om school aan de kant te zetten. Als de motivatie er niet is, wil ik niet dat dit mij in de weg zit. Ik ben de baas dus zó zal het geschieden. Scrabble een potje met Bouk, Iet en mam.

De Temperatuur stijgt gestaag door. Eind van de dag: 40, 5. Warm, koud, warm, koud. IJsblokjes op mijn hoofd, washandjes, dekens erop, dekens eraf. Het voelt alsof de thermometer stuk is. Geen schaken, geen spelletjes meer, alleen liggen.

Huiswerk

“Hoe gaat het met je huiswerk, Tim?”

Mam merkt waarschijnlijk ook dat dit niet van harte gaat.

“Ik heb geen zin meer, ik denk dat we er beter mee kunnen stoppen”.

Begrijp zelf überhaupt niet waarom ik eraan begonnen ben.

Met mam en Heidi heb ik vervolgens een flinke discussie. Zij zijn ervan overtuigd dat ik door moet gaan. Mam komt met het argument dat ik wel kan puzzelen, schaken en uren achter de computer kan zitten, waarom dan niet een half uurtje voor school werken? Omdat ik er geen zin in heb, omdat ik huiswerk haat!! Ik kan bovendien niet zeggen of ik er wel iets aan heb. Straks word ik niet beter en heb ik mijn laatste jaar huiswerk zitten maken!

Mam vindt dat ik ook aan de toekomst moet denken, maar het is moeilijk om aan de toekomst te denken als je elke dag alleen vandaag leeft. We spreken af dat ik in de loop van de dag iets ga doen aan mijn huiswerk.

Tegen de avond is mijn koorts gestegen naar 39,4 graden. Ik bel mam op om te zeggen dat ik het huiswerk morgen wel doe. Eindelijk eens een keer een goed excuus!

Het lied van Jorke

Jorke komt langs met een brief en een CD. Mijn lied staat op de CD, vertelt hij. Met een glimlach op zijn gezicht doet hij zijn verhaal. De afgelopen tijd heeft hij meerdere nummers gemaakt. Op z’n feest heeft hij deze aan iedereen laten horen. Tijdens het nummer voor mij zijn de jongens (Floris, T, Erik, Ko) één voor één “weggedruppeld” met tranen in hun ogen. Ik luister met dezelfde glimlach als Jorke naar het verhaal.

Jorke de witte

“En plotseling is het daar, blijk je ziek te zijn, je toekomst in gevaar
Van puber ongetemd, door ziekte afgeremd
Win de strijd

Niets meer gewoon, zoals het was, plotseling niet meer aanwezig in je klas
Vrienden om je heen, die misten je meteen
Win de strijd

En geef nooit op en vecht jezelf erdoor, geef nooit op en vecht ervoor
Onderga je kuren, sla je erdoor, ook al ben je soms wanhopig vecht ervoor
Raak nooit je vertrouwen kwijt, want je wint de strijd
Win de strijd

We laten je nu niet alleen, proberen er te zijn, dichtbij je om je heen
Totdat je bent bevrijd, tot het eind van deze tijd
Win de strijd, alsjeblieft win de strijd

En geef nooit op, knok jezelf erdoor, geef nooit op en ga ervoor
Alsjeblieft ga door

Je gaat door, je geeft nooit op, alleen maar overwinnen dat heb je in je kop
Je gaat door, je geeft nooit op, alleen maar overwinnen heb je in je kop
Je gaat door, je geeft nooit op, alleen maar overwinnen heb je in je kop
Je gaat door, je geeft nooit op, alleen maar overwinnen heb je in je kop

De weg koos jou

Elk beetje haar op mijn lichaam is weg. Geen spoor van beharing meer te vinden. Schaamhaar, wenkbrauwen, oogwimpers. Ik zie eruit als het standaardtype kankerpatiënt, niet te miskennen. Gek, zo voel ik me dus absoluut niet!

Koorts, koud en nat van het zweet. Tijd voor een bloedtransfusie. Eerst douchen. De douche tussen de twee sluizen vereist een barre tocht langs het bed en drie meter ziekenhuiskamer, alvorens je op het eenzame uitklapstoeltje plaats kan nemen. Een uitstekende plek om je zonden te overdenken.

T is er met Inge en Pim, twee klasgenootjes. We praten met zijn vieren over school, 11 september en het ziekenhuis. Inge zit bij gebrek aan een stoel bij T op schoot. Als Inge omhoog komt met haar strakke broek, kijk ik T recht in zijn ogen aan. Ik heb een grote glimlach op mijn gezicht. Na vijf seconden naar elkaar gekeken te hebben, maakt T een handgebaar waarmee hij aangeeft dat er iets gegroeid is. Ik kom niet meer bij van het lachen.

“Anderen vinden rustplaatsen
Op hun weg, in de zon
Waar ze elkaar ontmoeten.
Maar dit
Is jouw weg
En het is nu, nu
Dat je niet mag falen.

Schrei
Als je kunt
Schrei
Maar klaag niet.
De weg koos jou
En je moet dankbaar zijn.”

(onbekend)

 

Een moeilijke toekomst

september 2001

Met mam heb ik het over de toekomst. Over wat er gebeurt, mocht mam overlijden. Het gesprek brengt mij op andere vragen: moet ik een testament opstellen? Hoe wil ik begraven worden? We hebben het er een tijdje over. Moeilijk onderwerp.

Ik zie de begrafenis voor me. In een kerk begraven worden lijkt me niets, maar wat dan? En wat zullen mensen over me zeggen, wie gaat er iets zeggen? Welke muziek moet er gedraaid worden? Moeilijk zeg!

Nog steeds koorts, de afgelopen dagen is het stabiel gebleven. Geen vooruitgang, maar op de een of andere manier houdt dit me minder bezig dan tijdens de vorige twee kuren. Misschien houden de gebeurtenissen buiten het ziekenhuis me meer bezig?

De scheiding laat me niet los. Zoveel pijn bij mam. Ook pap lijkt veel ouder geworden. En Bouk en Iet dan? Verdomme! Ik moet lijdzaam toezien hoe de hele gezinssituatie verandert zonder dat ik er bij ben of er enige richting aan kan geven. Dit is niet eerlijk!

Bennie is er in de middag. We hebben het over 11 september. Natuurlijk. De gesprekken kennen gaan vandaag hier over. De verpleging, dokters, familie, klasgenoten, met iedereen gaat het over 11 september. Deze dag zal (helaas) niet snel vergeten worden!