Door merg & been

Augustus 2001.

Het is 33 graden buiten. Vandaag krijgen we de uitslag van de punctie. Ik ben nerveus, want als het niet goed is, wat moet ik dan? Op de poli Hematologie zijn we snel aan de beurt. Ik krijg een slecht gevoel als ik de kamer van Dr. McK binnenloop. Hij heeft een ingewikkeld verhaal voor ons:

“De beenmergpunctie bestond uit twee delen: vloeistof en een stukje beenmerg. De uitslag van de vloeistof is binnen, van het stukje beenmerg nog niet.

De vloeistof is niet schoon, de vraag is nu wat er gebeurd is? (Dat is nl. moeilijk te zeggen omdat de puncties vooraf aan de eerste chemo mislukt zijn)

  • Zat de kanker al in het beenmerg en is het even weggeweest en is het nu weer terug?

  • Zat het nog niet in het beenmerg en heeft de kanker zich uitgezaaid tijdens de chemo?

De vraag is of de gezeefde stamcellen wel schoon zijn?”

Als het stukje beenmerg schoon blijkt te zijn, wil McK wel doorgaan met het protocol. De enige vraag is dan of de stamcellen wel teruggegeven moeten worden. Maar we hebben geen tijd om te wachten.

Als het stukje beenmerg niet schoon blijkt te zijn, zijn er twee mogelijkheden:

  1.  Er worden nieuwe chemokuren gegeven en als het beenmerg daarna schoon is worden alsnog eigen stamcellen gezeefd.
  2.  Er wordt een transplantatiekuur gegeven waarna donor beenmerg wordt ingezet. Op deze manier heb je geen eigen stamcellen nodig en hoeft dus niet eerst je beenmerg schoon te zijn.

Dr. McK benadrukt dat het donor beenmerg een laatste redmiddel is, omdat zo’n transplantatie de meeste risico’s met zich meebrengt.

Als de Burkit in het beenmerg zit, is dat slecht voor de prognose en de kans dat het later terugkeert wordt daarmee groter.

Opname voor de volgende kuur gebeurt in ieder geval volgende week. Bouk en Iet worden opgeroepen voor donoronderzoek. Familie heeft de grootste kans op overeenkomsten qua genen. Morgen belt Dr. McK met de uitslag van het beenmerg.

Woorden kunnen niet beschrijven wat er door me heen gaat. Pap stelt allerlei vragen, bijna wanhopig. Ik kan alleen voor me uit kijken en kalm blijven. Ik heb leren omgaan met slecht nieuws, maar hoeveel kan ik er nog bij hebben? Alsof mijn hersenen op slot schieten kan ik niet verder kijken dan een paar uur. Morgen en overmorgen bestaan niet.

Ik probeer vrolijk te blijven, het moet bijna gemaakt lijken. Ik fiets naar Nach en Tjerk, ik hoef verder niet te weten wat er gaat gebeuren. Ik heb geen behoefte om dit te verwerken of hierover te praten. Ik vertel de jongens wat er in het ziekenhuis gebeurd is. Gepijnigde blikken krijg ik terug. Nuchtere reacties. Maar ogen liegen niet.

Thuis is iedereen verslagen. Mam heeft iedereen ingelicht, op een manier die haar eigen paniek verraadt. Bouk en Iet zijn kapot en slapen bij elkaar vannacht. Pap heeft tranen in zijn ogen, is zeer emotioneel voor zijn doen. Wat doe ik iedereen aan?

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s