Kruistocht

juni 2001

Ik zie er vandaag beter uit dan gisteren volgens mam. Na mijn gedachtegang van gisteren wil ik vandaag iets ondernemen. Na het douchen lenen we een rolstoel van de afdeling en gaan we wandelen. Van de verpleging mag ik het terrein af. De bloedwaardes zijn daar goed genoeg voor.

We besluiten om bij opa langs te gaan, die woont niet gek ver van het CWZ af. Onderweg komen we erachter dat de straten niet gebouwd zijn voor rolstoelers. Stoepje op, stoepje af. Mam gooit al haar kracht in de strijd. We lopen een ware kruistocht.

Als we bij opa aankomen, ben ik kapot. Dan moeten we nog terug! Mam heeft gelukkig genoeg energie. Opa’s blijheid me te zien geeft me nieuwe energie. Ik ben blij om bij hem te zijn, blij om in zijn huis te zijn.

Probeer wat trucjes met de rolstoel, zorgelijke blikken.

Aks we terug keren, zit ik er doorheen. Het kost de verpleging niet veel rekenwerk om te bedenken dat we naar huis geweest zijn. Gelukkig vinden ze het niet erg dat we zo ‘ver’ weg waren.

Avonds voel ik dezelfde nostalgie als gisteravond. Nu gedeprimeerd. Vanavond kwamen mijn vrienden maar heel even, ze hadden allemaal een feest of gingen naar de stad. Ik bel mam, maar ze kan me niet opvrolijken. Bouk, aan de telefoon, na mam ook niet, ook al waardeer ik de poging.

Ik bel met Suzan, met haar praten nuanceert mijn dag en zet mijn gedachten op andere dingen. Ik begin over een verkering. Suzan twijfelt:

je ligt in het ziekenhuis en zo’

Ik begrijp de aparte situatie, maar ja, ik ben verliefd. We besluiten dat ze binnenkort een keer in der eentje langs komt.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s