De marathon van Amsterdam

Toen ik gisterochtend wakker werd kostte het me 5 minuten om op te staan. Ik wilde helemaal niet opstaan. Alles deed zo ontzettend pijn. Nog steeds trouwens. Elke poging om de trap af te lopen heb ik sinds zondagavond achterstevoren gedaan. Dat zal er op station Nijmegen van de NS maandag raar uitgezien hebben.

Afgelopen zondag samen met 2 maatjes de marathon van Amsterdam gelopen. Het was mijn eerste, en zoals ik me nu voel, mijn laatste. Beide maatjes hebben een goede rit gelopen met respectievelijk 3.17 uur en 4.11 uur, maar ze kwam toch niet dicht bij mijn 5.16 uur.

Het begon allemaal voortvarend. De gehele week min of meer pasta gegeten, vrijdag en zaterdag nog meer koolhydraten gestapeld en zondag op tijd gestopt met eten. Eenmaal in het stadion waande ik me, samen met 50.000 anderen, een gladiator, een atleet. Vanaf het moment dat Coldplay met Viva la Vida uit de speakers kwam kon ik mijn tranen al bijna niet meer bedwingen van de adrenaline en de zenuwen, de race moest nog beginnen. Na een daverend applaus voor de start van de professionele atleten van zowel het publiek als de overige deelnemers mochten wij ook van start.

Ik voelde me goed, alhoewel ik wist dat mijn rug en rechterknie zwakke punten waren. Na een kalme start liep ik de eerste 15 km redelijk ontspannen door Amsterdam. Bandjes en dj’s onderweg helpen daar aardig bij. Na 15 km begon echter de slijtageslag. Mijn rug, knie en voeten waren, veel eerder dan ik gehoopt had, al zeurend aanwezig. Tegen de tijd dat de 21 km erop zat zag ik het niet meer zitten.

De waterpunten waar je water, AA-drink en bananen kunt krijgen waren voor mij al snel rustpunten waar ik even kon wandelen. Voor je het weet ben je onder de achterhoede van de marathon. Vanaf dat moment zie je iedereen om je heen afhaken. Tussen de 22 en de 29 km heb ik me meer dan eens afgevraagd of ik zou doorgaan of niet. Meerdere malen rijdt er een busje voorbij waar renners instappen die het niet meer redden.

Tegen de 30 km besefte ik me: al zou ik de rest wandelen, ik ga dat pokke-eind afmaken! Makkelijker gezegd dan gedaan, wandelen lijkt namelijk aantrekkelijk maar dat is het allerminst. Je race duurt namelijk langer en je spieren verstijven. Om vanuit het wandelen weer te gaan rennen doet verschrikkelijk veel pijn.

Vanaf de 32 km kun je gaan aftellen, dat hielp enorm. De laatste 5 km loop je Amsterdam weer binnen. Het publiek neemt toe en de aanmoedigingen ook. Een vriendelijke Turkse jongen van een jaar of 9 vroeg zich hardop af of ik wel ‘ballen’ had omdat ik wandelde. Tja, dan pak je het hardlopen vanzelf maar weer op.

Na 5 uur en 15 minuten was het moment eindelijk daar: Ik loop het stadion in. Ik spot mijn schreeuwende vriendin, vader en zijn vrouw vrijwel direct bij binnenkomst. Dat komt voornamelijk door het lawaai wat ze maken. In een tempo wat ik de afgelopen 10 km niet voor elkaar kreeg ren ik de laatste 100 meter de finish over. Ik maak nog een peace-teken naar de fotograaf alsof ik net begonnen ben aan de race en loop meteen door naar de medailles.

Marathon

Ik heb zo’n 3 maanden geleden besloten om het project ‘de marathon lopen’ te gaan doen. Ik liep daarvoor al wel een beetje hard. Het heeft ontzettend veel wilskracht en discipline gekost om hiervoor te gaan en ook zonder hulp van mijn hardloopmaatjes was het niet gelukt. Uiteindelijk was ik er nog steeds nauwelijks klaar voor. Elke zichzelf respecterende hardlooptrainer zal het gekkenwerk noemen.

Ik liep het laatste gedeelte van de rit achter een dame met een groen shirt aan, daar stond op:

If you can dream it, it’s possible

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s