Dip

Na het bloedprikken komen we erachter dat ik in de dip zit. Daar zitten meteen een aantal gevolgen aan vast:

  • Jassen op de gang ophangen
  • Iedereen moet de handen steriliseren
  • bij verkoudheid mondkapje op
  • geen meegebrachte spullen meer mee naar binnen
  • zachtjes tanden poetsen
  • controle op blauwe plekken en wonden
  • niet meer op blote voeten rondlopen
  • controle van slijmvliezen
  • et cetera

Ik ben nooit goed geweest met regels en voorschriften, kijken of ik het hier wel kan volhouden.

De muur aan de andere kant van het bed, waar ik op uitkijk, hangt inmiddels vol. Vlaggen, sjaals, posters. Het rood, groen en zwart van NEC. De tieten van de playmate van juni (Dank je wel tante Noor!), kaarten, brieven, er kan bijna niets meer bij.

Er wordt veel gebeld, Bouk en Syl (mijn lieve oppas) komen langs. De lichtheid van de kamer en het goede weer maken me vrolijk. Natuurlijk is ook alle aandacht vleiend. Na 5 dagen in ‘le hospital’  ben ik redelijk gewend, het valt eigenlijk allemaal wel mee. Dat enge aan een ziekenhuis, het is maar schijn, aardig personeel, aardige doktoren en overal vrolijkheid.

Ik heb maar een aantal ‘kleine’ dingen waar ik over kan klagen: Het eten is niet te vreten en wordt ook nog eens om 13:00 gebracht. Welke gek eet er nu warm om 1? De geur van de handdoeken. Die helpt niet mee. Ik heb de geur gekoppeld aan mijn misselijkheid en elke keer als ik afdroog krijg ik kokhals neigingen. En dan nog de controles! 4 keer per dag controle op hartslag, bloeddruk en temperatuur. Het zal wel goed zijn voor een mooi flowchart, maar blij ben ik er niet mee.

Na veel gezeur (van mij), mag ik friet uit het restaurant. Weg met de regels! Mam haalt de friet. Pap en mijn trouwe vrienden komen avonds langs, ze geven me de gelegenheid om even lekker te ouwehoeren. Vanavond ook de eerste ‘Neupogen-spuit’. Een groeifactor voor witte bloedcellen.

Of ik het over een paar dagen zelf wil spuiten?

 

Natuurlijk wil ik dat! Ik ben toch geen mietje..

Avonds als het stil is op de afdeling en familie en vrienden naar huis zijn, besluit ik Suzan te bellen. Een keer mee gezoend op een hockeyfeest. Naast haar MSN heb ik ook haar nummer gekregen.

Op het moment dat we elkaar zoenden was ik in de veronderstelling dat het Pfeiffer was. Omdat ik een ‘klein’ beetje had gedronken, was ik dat op het moment van zoenen spontaan vergeten!

Een andere vriend van me wees me er echter na 10 seconden zoenen op, dat het toch wel erg lullig was. Ja, goed punt. Toen ik het haar vertelde nam ze het me niet in dank af. Logisch. Waarschijnlijk had ze nu dus ook Pfeiffer.

Na deze biecht ben ik maar even uit haar buurt gegaan. Een uur later kwam ze naar me toe. Ik vraag haar of ze niet meer boos is.

‘Jawel, maar we hebben toch al gezoend, kunnen we net zo goed doorgaan.’

 

De rest van de avond kan ik je hier niet vertellen, lol hebben we in ieder geval wel gehad.Anderhalve week later vertel ik haar dat ze zich geen zorgen hoeft te maken om Pfeiffer.

Vanavond hang ik 2 uur met haar aan de lijn. De tijd vliegt. Heerlijk om niet alleen te zijn.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s